Pastoor Ed Smeets, hoofdcelebrant in de tv-mis


Pastoor Ed Smeets, hoofdcelebrant in de tv-mis

 

Limburg heeft een nieuwe ‘tv-kerk’. Na vijf jaar heeft de basiliek in Meerssen de fakkel overgedragen aan de Sint-Josephkerk in Landgraaf-Waubach. Ongeveer eens in de twee maanden wordt de televisie-mis van de KRO voortaan vanuit deze kerk uitgezonden. Op zondag 10 februari gebeurt dat voor de eerste keer. Hoofdcelebrant is dan pastoor Ed Smeets.

 

Pastoor Ed Smeets werd geboren in 1972 in Beek (Limburg). Na zijn middelbare school studeerde hij filosofie en theologie aan de priesteropleiding van het Bisdom Roermond, het grootseminarie Rolduc. Deze studie sloot hij af in 1998 met een baccalaureaatsdiploma. In datzelfde jaar werd hij diaken gewijd en benoemd in de parochies van Helden en Panningen. In 1999 werd hij na zijn priesterwijding aldaar kapelaan.

In 2004 benoemde de bisschop hem tot pastoor van de vier parochies van Ubach over Worms in Landgraaf. Na zijn priesterwijding studeerde hij naast zijn parochiewerk kerkmuziek onder supervisie van mgr. dr. A. Kurris te Maastricht met een bijzondere aandacht voor gregoriaans, waarvoor hij aan diverse cursussen van de AISCGre deelnam (Associazione Internazionale Studi di Canto Gregoriano), die hij in 2008 succesvol afsloot met een examen. Naast zijn pastoorschap is hij o.a. docent muzikale vorming aan de priester- en diakenopleiding van Rolduc en als bestuurslid verbonden aan en actief in de Nederlandse Sint Gregoriusvereniging van het bisdom Roermond.

 

Pastorale praktijk (Uit “De Sleutel”- Januari 2008, Ed Smeets)

 

Wat valt er in een paar woorden te zeggen over iets dat je hele leven omvat? Want zo ervaar ik het: het is mijn beroep, mijn levensstaat, mijn hobby, mijn passie, mijn gevoelsleven, mijn werktijd en mijn vrije tijd, mijn alles.

 

Als kinderen op school me vragen waarom ik pastoor ben geworden, zeg ik altijd dat ik vroeger in Beek misdienaar ben geworden samen met een leuk groepje klasgenoten. Leek ons leuk. Maar door dat misdienen heb ik gemerkt wat pastoor en kapelaan eigenlijk allemaal doen: ze zijn in de kerk, maar ook op school, ze komen bij families waar iemand gestorven is, of juist iemand geboren, ze trouwen jonge mensen, maar zijn er ook als mensen met problemen bij hen aankloppen. Ze zijn er eigenlijk gewoon altijd. En waarom? Omdat ze in God geloven. Daarom ook dat je ze vaak voor de Mis in de kerk zag zitten te bidden.

 

Zo heb ik dat toen ervaren. En dat heeft me nooit meer losgelaten. Op de middelbare school heb ik altijd meegedaan met de rest. Drie, vier keer per week ging ik flink op stap met goede vrienden. Rotzooi werd er nooit getrapt en ook laat in de nacht hebben we ondanks flink plezier nooit problemen gemaakt. Trouwens, ook een paar uur later niet wanneer de wekker afging en we de vroegmis gingen dienen! We waren allemaal idealistisch en gingen wat met ons leven doen. En nu we elkaar nog een paar keer per jaar ontmoeten, blijkt dat nog steeds te kloppen! Ieder op zijn eigen vakgebied.

 

Die twee zaken – geloof en in het leven staan – ervaar ik nu als pastoor nog steeds als zijnde van wezensbelang. Als ik als priester de tijd niet zou verstaan, kon je me wegdragen. Maar als ik als priester ook niet een man van gebed, bezinning en verdieping zou zijn, is het ook gedoemd te mislukken…

 

Ik ben diaken geworden in 1998, en priester gewijd in 1999. Als mensen me wel eens vragen hoe is het om priester te worden in deze tijd, dan kan ik niks anders zeggen dan dat ik zelf van deze tijd ben! Ik kan ook niet zeggen dat het werken in de parochies in welk opzicht dan ook anders is dan ik me had voorgesteld. Ik heb het altijd als een uitdaging gezien in deze tijd priester te zijn. Hang naar een andere tijd – of het nou het Rijke Roomsche leven is of een of andere rooskleurige toekomst voor de kerk in de komende jaren – heb ik niet. Gelukkig, want dat maakt me in zekere zin onbevangen om in deze tijd op zoek te gaan naar hoe we het evangelie van de Heer handen en voeten kunnen geven.

 

Maar makkelijk is dat niet. Vaak is het zwaar, soms heel zwaar. Een priester is iemand die als gelovige uit één stuk is. Wat hij zegt, moet hij doen, en doen wat hij zegt, wil hij geloofwaardig zijn. Maar juist omdat in het leven van de priester leven en werk, ambt en privé, en alles in je leven één is, raakt het een het ander en andersom. Gaat het één goed, dan lukt het ander ook, maar zijn er problemen of wil iets niet, dan sleep je dat flink met je mee. Ik vergeet nooit dat een inmiddels gepensioneerde collega een keer zei na de zoveelste vergadering over schoolcatecheseprojecten: ‘Och ja, maar als ik over de speelplaats loop op weg naar de catecheseles en in gedachten verzonken ben en m’n dag niet heb en daarom vergeet te zwaaien of terug te zwaaien, of de bal terug te spelen op de speelplaats, dan maakt het niet uit wat voor geweldig project ik onder mijn arm draag: dan heb ik het voor die week alweer verprutst’. Hij had en heeft volkomen gelijk.

 

En vergeet de werkdruk niet. Als ik iets moet noemen waar ik vaak tegenop zie, dan is het de werkdruk. Ik sta er in Ubach over Worms alleen voor met vier parochies en een veertienduizend inwoners. ‘Gelukkig’ komen die niet allemaal wekelijks naar de kerk, maar je hebt er toch de nodige doopsels, uitvaarten, bruidsparen, communicanten en vormelingen van. Ik doe mijn werk ontzettend graag, klaag ook zeker niet, ben blij vanuit mijn geloof in God en vanuit de kerk op die belangrijke momenten van het leven er te kunnen zijn en er zin aan te geven, maar de werkdruk is ongelooflijk hoog. Soms te hoog. Ik sta er op dat al die vieringen keurig verzorgd zijn: per week zit de kerk, twee, drie keer extra vol vanwege de uitvaarten. Juist dan zitten er wel iedere keer een honderd, tweehonderd met gespitste oren te luisteren naar wat de kerk op die momenten te vertellen heeft. En de kerk heeft dan wat te zeggen! Je zou gek zijn als je die momenten niet aangrijpt voor zinvolle verkondiging! Dat is mooi werk, maar vraagt ook wel dat je je soms uit de naad moet werken om zaken goed geregeld te krijgen! Bij gelegenheden zijn er wel uitwijkmogelijkheden bij de collega’s in de buurt, maar dat zijn op den duur geen structurele oplossingen. Het nooit eens echt vrij zijn, breekt me wel eens op.

 

We worden als Kerk misschien ook als veel te ouderwets gezien door maar te blijven vasthouden aan oude structuren. Kost wat kost in stand houden wat je hebt, is hard werken aan je eigen ondergang. Breng mensen toch bij elkaar: een volle kerk op zondag zegt meer dan drie parochies met amper mensen in de Mis. En het in standhouden van de eigenheid van het dorp, dat is niet de eerste taak van de Kerk. Trouwens, de jongere generatie is zo mobiel als maar zijn kan: ze reizen van hot naar haar en afstanden zijn klein geworden. Moet de kerk op zondag dan per se om de hoek liggen om zogenaamd nabij te zijn? De ervaring leert dat met name de nieuwe generatie niet gebonden is, maar graag daar gaat waar ze graag naar toe willen gaan. Ik begrijp niet waarom dat signaal niet meer opgepikt wordt door ons als kerk. Als puntje bij paaltje komt, kun je alle papieren structuren regelrecht in de prullenbak gooien, omdat men gemakkelijk terugvalt op zoals het altijd is geweest.

 

De Kerk en de mensen van de Kerk moeten authentiek zijn, hun getuigenis doorleefd en echt, wil het enigszins aankomen. Ik hekel daarom de kretologie die zich overal doet horen: alsof een vlotte Engelse term mensen dichter bij de Heer brengt. Die tijd ligt achter ons, lijkt me. Natuurlijk moet je zoeken naar hedendaagse wegen en vlot ogend materiaal is goed, maar als er verder geen serieuze verkondiging achterzit, als we niet kunnen laten zien wat het betekent gelovig te zijn…

 

Dat geldt ook voor de wijze van liturgie vieren. Het visitekaartje van de Kerk. Ik maak er heel veel werk van: woord, gebaar, gezang en sfeer moeten in elkaar overvloeien, met het evangelie en de actualisatie ervan in de preek en de viering van de eucharistie als bron en hoogtepunt. Zomaar aflezen of oplezen van tekstmateriaal is dodelijk voor de liturgie. Ik ben blij vanuit mijn thuisparochie in Beek meegemaakt te hebben wat levendige liturgie vermag in het parochieleven!

 

Na zeven jaar met geweldig veel plezier en voldoening als kapelaan gewerkt te hebben in Helden en Panningen, heb ik nu drie jaar geleden opnieuw mijn draai moeten vinden in Ubach over Worms. Je moet je eerst weer ingraven in de dorpen, een hele dikke huid hebben voor brieven en klachten dat je voor de ene zijde te links bent en voor de andere kant te rechts, wat dat verder ook moge betekenen. Mensen moeten natuurlijk ook aan jou wennen. Ik geloof dat we dat nu achter de rug hebben. Ik word gelukkig bijgestaan door een goed kerkbestuur. Het bestaat uit mensen die van deze tijd en toch ook oprecht gelovig willen zijn. Ook belangrijk zijn de catechiste op school die geweldig enthousiasme weet te kweken bij kinderen, leerkrachten en ouders; de toegewijde mensen die het parochiekantoor bemannen en ook binnenshuis word ik goed verzorgd door goede mensen in de huishouding. Daar kan ik alleen maar dankbaar voor zijn. Hetzelfde geldt voor hele goede vrienden, waar ik niet zonder zou kunnen, met name niet zonder die collega-vrienden voor wie een half woord al voldoende is om aan te geven wat er leeft en die op afstand al aan je zien hoe het met je gaat. En die ook niet bang zijn elkaar op punten aan te spreken.

 

Je moet er zelf wat van maken. Met de juiste aansturing en support voorkomen we dat de Kerk lauw wordt en uitstraling mist. Als mensen me wel eens vragen ‘hoe doe je dat allemaal?’, zeg ik graag ‘op tijd tanken’ en tijd in je agenda reserveren als er ergens iets moois te doen is. Zelf ga ik graag naar het theater: als de gidsen verschijnen kijk ik naar voorstellingen op een dag dat ik geen avondmis of verplichting heb en dan: ernaartoe. Het houd je scherp en brengt je tot rust. Je doet er ook de nodige inspiratie op! Telefoon mee (en die trilt dan ook wel weer een paar keer onder de voorstelling) en de volgende morgen fris weer aan het werk!”