Inspirerende bijdrages


Preek 19de zondag C jaar 2016.

 Lieve mensen,

 Ik wil de preek vandaag beginnen met een parabel van de bekende Russische schrijver Leo Tolstoi. Een rijk man lag op sterven. Zijn leven had hem geleerd dat je met geld alles kunt bereiken. Dat zal zo ook wel zijn aan de andere kant van het graf, dacht de rijke man. En daarom zei hij tegen zijn zonen: leg een zak met goudstukken in mijn doodkist. Toen hij na een lange reis in de andere wereld aankwam, had hij honger. Hij zag heel vlug een kraam waar een engel allerlei voedsel te koop aanbood. ‘Net wat ik dacht,’ zei de rijke man, ‘het is hier precies als in het aardse leven. Ook hier kun je voor geld alles krijgen. Goed dat ik wat meegenomen heb.’ Hij bestelde een maaltijd, maar toen hij wilde betalen met een goudstuk, werd dat door de engel afgewezen. ‘Je hebt op aarde niet veel geleerd,’ zei de engel. ‘Je kunt hier niet betalen met geld dat je bezit, maar alleen met geld dat je hebt weggegeven. Denk er eens over na. Heb je in je leven ooit iets aan iemand weg-gegeven? Of ooit eens iemand geholpen?’ De rijke man dacht na, maar hij had nooit ook maar één cent aan iemand weggegeven. Aan deze parabel dacht ik bij het lezen van dit evangelie, waar Jezus zegt: ‘Verkoop uw bezittingen en geef aalmoezen; verschaf u beurzen die niet verslijten en verwerf u een onuitputtelijke schat in de hemel’. Eigenlijk horen wij deze woorden niet zo graag, want, al weten wij dat het niet waar is, toch leven ook wij ongeveer zo alsof met geld alles te koop zou zijn.

 “Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.”

We kennen die uitspraak van Jezus, maar hebben we ons al eens afgevraagd waar en wat onze schat is, en of ons hart inderdaad bij die schat verblijft?

Als we dat doen, beginnen we met ons af te vragen wat onze schat dan wel is. Is het veel bezit en veel rijkdom? Is het geluk in de liefde, in ons gezin, in onze familie? Is onze schat genieten van een goede gezondheid, met ten hoogste eens een verkoudheid in de winter? Is het elk jaar op vakantie kunnen gaan zonder ons zorgen te moeten maken? Zijn dat de dingen die de schat van ons leven zijn, en die zin geven aan ons leven?

Maar als geld en goed onze schat is, hebben arme mensen dan geen schat? En als onze schat geluk is in de liefde en in ons gezin, heeft het leven van alleenstaanden, van weduwen en weduwnaars dan geen zin? En als een goede gezondheid onze schat is, is het leven van zieke mensen, van gehandicapten en van oude mensen die sukkelen met van alles en nog wat dan zinloos?

 Dat kan natuurlijk niet, dus moeten we ons afvragen wat Jezus bedoelt. Het antwoord ligt in de woorden ‘daar zal ook uw hart zijn.’ Als bezit en rijkdom onze schat is, dan gaat ons hart, ons gedrag, ons verstand daar dus ook naartoe. Dan kunnen we alleen genieten van nog meer bezit en nog meer rijkdom. En als onze schat alleen op liefde in ons gezin en in onze familie kan steunen, dan kunnen we zonder gezin en zonder familie niet meer leven. Dan vindt ons hart geen richting meer als we alleenstaand zijn. Zoals het ook geen richting meer vindt als een goede gezondheid onze schat is, en we niet echt goed gezond zijn.

 Het is dus goed dat we ons afvragen wat onze schat is, want anders vindt ons hart geen plaats meer in ons leven. Ons hart dat er niet alleen is voor onszelf, maar ook voor anderen. Ons hart van mee leven en mee voelen met anderen.

 Lieve mensen, we leven in een moeilijke, en een bange  wereld. Een wereld waar vertrouwen en veiligheid verdwenen lijken te zijn. ‘De wereld is in oorlog’, zei onze lieve paus Franciscus op 28 juli bij zijn vertrek naar de Wereld jongerendagen in Polen. En het is geen oorlog tussen godsdiensten, voegde hij eraan toe, maar ‘een belangenoorlog. Een oorlog om geld. Een oorlog om grondstoffen. Een oorlog voor de overheersing van volkeren.’ Het zijn pijnlijke woorden van onze lieve paus, want wij willen geen oorlog, maar vrede. Liefde en vrede in het Koninkrijk dat we van onze goede God gekregen hebben.

 Moge dat ons geloof zijn, een geloof dat sterker is dan alles. Om het met de woorden van Paulus in de eerste lezing te zeggen: ‘een geloof dat een vaste grond is van wat wij hopen, en dat ons overtuigt van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.’ En die werkelijkheid van onzichtbare dingen is dat God, dat Jezus er altijd is voor ons, ook in deze bange dagen. Laten wij, die Gods kleine kudde zijn, dus niet bevreesd zijn, maar streven naar leven in zijn Koninkrijk van liefde en van vrede. Amen.