Inspirerende bijdrages


Het ezeltje van Palmzondag

In mijn jaren in de parochie kwam ik wekelijks op een aantal basisscholen. Wanneer ik een nieuwe groep met onbekende kinderen voor mij kreeg, dan werd de eerste les steevast als kennismaking gebruikt: de kinderen mochten vragen wat ze wilden. Jarenlang was een bijzonder moeilijke en telkens terugkerende vraag: ’Wat is uw lievelingsdier?’ Huisdieren zijn bij mij niet te vinden, want ik heb mijn handen meer dan vol aan de zorg voor mensen. Ik moest me dan ook inhouden om niet te zeggen: ‘Mijn favoriete dier is konijn. Liefst geserveerd met rode kool.’ Een paar jaar geleden ontdekte ik een beter antwoord op die vraag: een ezel.

 

Op Palmzondag ging Jezus op een ezel Jeruzalem binnen. Een ezel was het vervoermiddel voor de mens zonder aanzien. Wie een beetje indruk wilde maken, zorgde ervoor dat hij op een paard zat. Als zo’n paard dan ook nog sierlijk tuig had en bekleed was met fraaie dekens, dan wist je zeker dat je gezien werd. Er is echt niet zoveel fantasie voor nodig om ezel en paard in onze tijd te vergelijken met een fiets en een auto. Ook in onze wereld functioneert de auto nog als statussymbool. Zo van: ’Kijk mij eens’.

 

Bij een buitenlands bezoek van een staatshoofd zorgt het ontvangende land er wel voor dat een waardige limousine gereed staat om vanaf het vliegveld naar het paleis van bestemming te gaan. Toen de paus Korea bezocht, stond er – op eigen verzoek – een Kia voor hem gereed. De op-een-na kleinste: omdat hij anders zijn benen niet goed kwijt werd. De Kia werd daarmee tot een moderne versie van de Palmzondag-ezel.

 

Enkele jaren geleden kwam ik tijdens mijn vakantie aan de voet van een berg terecht. Bovenop op top lag een pittoresk dorpje. Dat had ik tenminste gelezen in de reisgids. Er stond een man die ezeltjes verhuurde en het dier – zo werd mij verzekerd – zou mij de berg op brengen. Ik klauterde erop en rustig, stap voor stap, sjouwde het dier zijn last de berg op. Weliswaar had het beest een merkwaardige en licht griezelige voorkeur voor de buitenbocht van de weg, die een steeds diepere afgrond te zien gaf, maar gehoorzaam sjokte het ezeltje verder. Stap voor stap. Braaf beest, dat gewoon verder sjokte en sjouwde en niet om uiterlijke schijn gaf. Zo’n rustige trouwe ezel heeft sindsdien mijn sympathie.

 

Als het goed is, hebben we zelf ook iets van die ezel in ons. Ook al is het leven niet elke dag opzienbarend of staan we niet in de kijker: als we trouw onze taak vervullen, dragen we Christus zelf in ons leven mee. Onze menselijke waardigheid komt niet van het paard waar we op zitten, de auto waar we in rijden of het aantal likes op facebook, maar van Christus, die we in ons leven mogen dragen. Hij geeft onze dagelijkse daden – ook heel gewone – eeuwigheidswaarde.

 

+ Harrie Smeets

bisschop van Roermond